Een visleven, een leven vol vis (deel 5)
De visplek
Het werd al snel ochtend. Ik was razendsnel met douchen en aankleden en stormde naar beneden om daar mijn vader in ochtendjas aan te treffen aan het ontbijt.
Waarom ik al gedoucht had? We zouden een visplek maken? Dat wist ik wel maar douchen kon toch nooit kwaad?
Nadat mijn vader zich had aangekleed (zonder te douchen) gingen we naar de schuur en liepen we bewapend met twee schoppen, een hark en een klein schepje naar ons slootje.
We gingen de schuine kant afgraven. Zodoende creëerden we een mooi lage plek om te vissen. Makkelijker gezegd dan gedaan. Eerst werd er minimaal wat riet weggeknipt. Daarna de schop de grond in. Over een breedte van twee meter en een diepte van anderhalve meter werd de grond zo gelijkmatig mogelijk weggeschept en met emmers naar het akkerland aan de andere kant van de sloot gebracht.
Wat een berenklus was dit zeg, niet normaal. Na een paar uur graven en sjouwen kon je inderdaad wel een douche gebruiken, zeker als puber (dat behoeft geen nadere uitleg). Tijdens het graven trof ik zelfs nog een hazelworm aan. Ik schrok me rot.
Na het afgraven bekeken we onze privé viskuil eens goed bekeken en we zagen dat dit goed zou voldoen. Alleen, wat deden we tegen de blootliggende kleigrond. Dit zou een enkele regenbui natuurlijk in no-time tot een modderpoel degraderen.
Gelukkig hadden wij mijn hardhandige ome Theo nog. Die had zijn harde handjes losgelaten op onze oude salontafel, een houten met stenen blad, en daar was de tafel niet tegen bestand gebleken. Er was een tegel gebroken. Nu kwam mijn vader op het lumineuze idee om de poten onder de tafel vandaan te halen en het tafelblad als ondergrond voor onze stoeltjes te gebruiken. Zo gezegd, zo gedaan. De tafel lag er binnen de kortste keren in en de randjes werden afgedicht met een paar kiezels. Voila! Een visplek is geboren.
Daarnaast hadden we bedacht dat als we in het water zouden stappen, dat we wat lastige rietstengels konden verwijderen en een stuk van de sloot iets uit zouden kunnen diepen, het was immers maar een ondiepe sloot. Zo gezegd, zo gedaan. Na wat emmertje slib en riet te hebben afgevoerd hadden we een iets dieper stuk in de sloot gecreëerd. Hier gingen nog wat emmertjes grind op, zodat je een soort van kiezelbed op de bodem kreeg waar karpers waarschijnlijk goed op konden komen azen en als bijkomend voordeel, de bodem was er wat schoner zodat je niet zo vaak vuil aan je haak had zitten bij het ophalen. Het was echt prachtig om te zien wat we hadden gemaakt.
En het was nog maar vroeg in de middag, nog ruim de tijd om te vissen dus. Maar niet op deze plek. Hier was het veel te onrustig geweest. De sloot was gelukkig lang genoeg dus ben ik een honderdtal meters verderop gaan zitten, aan de andere kant van de tunnel. Hier stond op een hoek van een T- splitsing een mooie pluk riet voor de kant, vergezeld van wat Gele Lis.
Een blikje maïs ging open en een klein handje maïs verdween in het water, vlak naast het talud. Een pennetje erop en maar wachten. Na wat een klein half uurtje zal hebben geduurd, verschenen er wat belletjes rondom mijn pennetje. Trilde mijn pennetje nu??
Of zag ik het verkeerd? Nee.
Daar bewoog mijn pennetje weer en langzaam bewoog deze zich naar links, steeds iets sneller, om vervolgens volledig schuin weg te lopen. De aanslag volgde beheerst en na een korte dril kwam mijn allereerste karper ooit aan de kant. 25 hele centimeters van puntgaaf schubkarperlijf. Ik was in de wolken…..het was alleen nog niet gedaan voor vandaag. Een uurtje later kwam mijn tweede karpertje langs, op een gelijke aanbeet als de eerste, wist ik vast te slaan op een schubkarper die mijn kersverse record met 20 centimeter verpulverde. 45 hele centimeters!!! Ik was verkocht. Deze vis zou mijn hele vissersbestaan vanaf dat moment gaan bepalen. Dit was namelijk mijn eerste vis die de naam “karper” waardig was.
De week waarin ik deze vis ving zou het vuur nog verder aanwakkeren. Ik wist nog niet wat me te wachten zou staan later in de week maar daar zou ik snel genoeg achterkomen. Het is inmiddels 2 dagen later. Door andere verplichtingen was ik niet meer aan vissen toegekomen maar nu was dat anders. Ik had genoeg vrije tijd om eens lekker te kunnen gaan vissen.
Onze pas afgegraven stek met tafelblad had nu rust gekregen en het werd tijd om er eens een kansje aan te wagen. ’s Ochtends vroeg stond ik met bewapend met hengel, schepnet en aas op de “steiger” van ons visplaatsje. Ik was er uiterst voorzichtig naartoe geslopen om eventueel aanwezige karpers niet te verjagen. Ik zag al wat rietstengels bewegen. Ze waren er!!! Omdat het zomer was, was het ’s ochtends vroeg al vrij warm, zo rond de 20 graden en een beetje benauwd. Ik hoopte dat de vissen hier geen last van zouden hebben. Dat zou vrij snel blijken want al na een minuut of 10 had ik mijn eerste karper aan de lijn. Deze vis vocht heel anders dan de andere die ik had gevangen, wat bonkiger en korte slome runs. Het bleek wederom een nieuw record. Een korte dikke schub van 56 centimeter was mijn hoofdprijs. Hier bleef het echter niet bij. Na een minuut of 20, kreeg ik weer beet. Deze vis, die ik goed kort moest
houden, liep dwars door de zwaar afgestelde slip heen.
Dit moest een monster zijn! Dit bleek later ook wel, want na een stuk met de vis hebben moeten meelopen kreeg ik hem toch weer op de visplek terug. Nu had ik een ander probleem, de vis was namelijk zo groot dat hij voor mijn gevoel nauwelijks in het netje zou passen.
Hoe ik het heb gedaan weet ik niet meer, maar het monster ging toch het netje in en op de kant bleek het een schubkarper van 73 centimeter te zijn, weer een nieuw record!! Ik rende, met de karper nog op de kant naar huis om mijn vader te gaan halen, maar die bleek niet wakker te krijgen.
Toen zag ik ineens een overbuurman met de grasmaaier in de weer. Ik was zo ingespannen bezig geweest dat ik hem niet eens had gehoord. Ik riep Anton erbij en hij was bereid om een foto te nemen. Ik was zo trots als een pauw en eigenlijk helemaal verzadigd. Toch bleef ik nog vissen, de dag was immers nog jong.
Zodoende kreeg ik er ongeveer en uur laten nog een vis aan.
Dit beest bleek erg bijzonder, want ik had er nog nooit zo een gezien. Het bleek om een volschubspiegelkarper te gaan, maar liefst 47 centimeter lang en puntgaaf.
Wederom kwam Anton de foto’s nemen.
Nu was het voor mij echt op en ik wilde de stek ook wat rust gunnen.
Na mijn spulletjes in de schuur opgeruimd te hebben, trof ik mijn inmiddels wakkere vader in de woonkamer aan.
Hij geloofde bijna niet wat ik hem vertelde.
Al ons werk had geloond en we hadden een topstek gecreëerd, zomaar achter onze tuin. Ik had nu wel besloten om een visweger (met meetlintje) aan te schaffen en een groter schepnet, zeker geen luxe als je alleen vist en een grote vis je net in moet dirigeren.
Zo gezegd zo gedaan en het nieuwe materiaal werd, met hulp van mijn ouders aan geschaft.
Nu was ik er helemaal klaar voor.
Comments: