Een visleven, een leven vol vis (deel 6)
Vanaf het kamp werd er door de bewoners wel op karper gevist, zoveel wist ik. Langs de rechterkant van de kom stonden wat bosjes waar je doorheen kon lopen. Zodoende kwam je op een plek uit waar je maar net alleen kon staan en je had net genoeg ruimte voor je hengel.
Tegenover de open plek zat een gat in de meters dikke rietkraag. Tussen de rietkragen in groeide een leliebed dat het gat voor de helft dichtte. Ik stond zomaar wat in het water te turen toen ik ineens 2 karpers aan zag komen zwemmen. Ik had aan dit aanzicht meer dan genoeg om te weten dat ik als een speer naar huis moest om mijn hengel, net en alle andere spullen te gaan halen, alsook een flink witbrood om te proberen deze jongens te verleiden. Terug aangekomen op de stek, kon ik de karpers die ik eerder zag niet meer vinden. Wel lag er een hele grote school brasems op het ondiepste stuk van de kom.
Toen ik naar deze beesten stond te kijken hoorde ik op de stek in de bosjes hevig geplons. Ik snelde naar de stek toe en wat ik toen zag, staat nog tot de dag van vandaag op mijn netvlies gebrand. Dwars door de rietkraag zwommen de drie grootste karpers die ik ooit had gezien.
Het waren er 2 naast elkaar en eentje zwom achter de twee aan. Ze waren aan het paaien, iets wat ik nog nooit eerder had gezien. Ik durfde niet eens in te schatten hoe groot deze vissen niet waren. Ik pakte mijn hengel, deed een groot stuk brood aan de haak en klapte mijn net uit. De drie vissen zwommen nog steeds dwars dor de rietkraag heen, stengel voor stengel platduwend.
Op een gegeven moment overbrugde één van de vissen zelfs het gat tussen het leliebed en de linker rietkraag. Ik legde mijn korst vlak voor de vissen op het water, maar deze werd natuurlijk volkomen genegeerd. Toch probeerde ik het keer op keer.
Toen gebeurde het…..Na de zoveelste keer mijn korst voor de vissen te hebben gelegd, leek er eentje toch geïnteresseerd. De middelste (qua formaat) van de drie boog af van de andere vissen, opende zijn gigantische muil en nam in één beweging mijn korst van het oppervlak weg.
Ik trilde tot in het diepste van mijn ziel, sloot mijn ogen en sloeg vervolgens met een flinke zwiep de hengel naar achteren. RAAK!!! Maar wat nu? De vis sloeg met zijn staart het water tot schuim en knalde in een keer door de rietkraag heen, er was totaal geen houden aan.
Toen hoorde ik hem plonzen aan de andere kant van het riet. Even twijfelde ik, maar besloot mijn schoenen en sokken uit te doen en het water in te lopen, achter de vis aan. Zo gezegd, zo gedaan.
Eenmaal in het water moest ik proberen de hengel zo hoog mogelijk te houden om de lijn zoveel mogelijk uit het riet te houden. Nog steeds voelde ik de vis beuken aan de andere kant van de lijn. Stapje voor stapje kwam ik dichterbij, maar moest nog door de rietkraag heen, de lijn stukje bij beetje vrij makend van het riet.
Ik moet op driekwart van de rietkraag zijn geweest toen ik de vis nogmaals zag.
Hij leek vrij rustig in het water te hangen maar niets bleek minder waar. Op het moment dat ik nog een stap wilde zetten en bijna de rietkraag door was, kreeg ik een ferme klap op de hengel. De vis nam nog een run, ditmaal richting de tunnel onder de weg door. In no-time zat de vis in de tunnel en ik kon hem met geen mogelijkheid stoppen. Even hoorde ik de vis nog klappen in de tunnel maar toen gebeurde het onvermijdelijke. Een droge knal, weg vis, weg alle illusies van met een monstervis op de foto staan…..het enige wat mij nu nog restte was een meter of veertig gerafelde lijn. Totaal gedesillusioneerd kroop ik terug de kant op en liet me in de struiken vallen. Ik was kapot. Murw. K.O..
Comments:






