Een visleven een leven vol vis( deel 8)

Een visleven een leven vol vis( deel 8)

 

Voorzichtig pakte ik mijn spulletjes op en fietste zo ver mogelijk van de waterkant om de vissen niet te verjagen verder. Ongeveer een kleine 100 meter verder zag ik bij wat rietgras een beetje beweging. Ik ben de plek iets voorbij gefietst en heb op veilige afstand de spullen weer opgetuigd. Ik was bang om de vis te verjagen door met maïs te gaan voeren dus besloot ik een mooie pluim witbrood aan de vis aan te bieden.

 

Ik gooide een meter of 2 over de vis heen en haalde het spulletje langzaam terug. In de haast was ik vergeten te peilen hoe diep het water was en de ganzenpen zakte langzaam maar zeker een flink stuk onder water ( ik vis namelijk het liefst zo scherp dat de pen zinkt op het gewicht van het aas)

.Met een flinke ruk trok ik de pen zo snel mogelijk en zo hoog mogelijk boven het water zodat ik de vis niet zo verjagen. So far, so good. Pennetje iets omhoog, een nieuwe pluim en opnieuw proberen. Nu leek de diepte van de pen wel redelijk afgesteld, hij stak nog net wat te ver uit het water, maar op dit moment goed genoeg. Ik haalde de pen langzaam naar de vis toe, maar toen ik op ongeveer een meter van de vis was, kwam mijn vlok boven drijven.

Tjongejonge, het is me niet gegund vandaag. Opnieuw een nieuw pluim en nu besloot ik het aas gewoon vlak bij de karper in het water te laten zakken. Ik probeerde in te schatten welke kant de karper met zijn kop op lag. Het leek alsof de kop naar links wees, want ik zag de staartlob rechts boven komen. Op ongeveer 75 centimeter van de vis liet ik de verse pluim zakken.

Nu iets naar rechts halen. 50 centimeter, 40 centimeter, 30 centimeter. Dichterbij durfde ik niet dus ik liet de pen zakken. Nu zakte de pen echter als een baksteen en voor ik het wist, liep mijn lijn strak en stond ik met een kromme hengel!

Wat ging dit gemakkelijk! Mijn eerste dril op een nieuw water en wat voor één! De vis nam het ene na het andere schot en bleef strak langs de bodem zwemmen. Ik had de eerste 5 minuten absoluut niets in te brengen. De vis bleef maar heen en weer koersen tussen de overkant en mijn eigen kant.

De overkant was zo’n 15 meter verder. Schijnbaar onvermoeid zwom de vis aan de overkant een aantal keren van links naar rechts, om zich vervolgens weer naar de kant te laten pompen. Nu ik hem weer voor de kant had, besloot ik hem niet weer te laten gaan. Ik draaide mijn slip wat vaster en trok mijn hengel verder in een curve. Nu was het eigenlijk ineens vrij snel afgelopen.

De vis liet zich zonder problemen scheppen en ik kon hem op de kant hijsen. Na weging en meting bleek het om een schubkarper van 16 pond en 74 centimeter te gaan. Beide cijfers lagen erg dicht bij mijn nieuwe persoonlijke record dus ik was er maar wat blij mee. Wat een vis. Een ondertussen gestopte automobilist heeft een aantal foto’s voor mij geschoten. Ik kon niet wachten tot het rolletje vol was om de foto’s te kunnen zien.

Het is altijd maar afwachten wat voor foto’s een vreemde maakt ( later bleek dat het niet uit had gemaakt wie de foto’s zou maken, want er bleek potverdomme geen rolletje in het toestel te zitten terwijl het rot apparaat wel terugtelde.) Zo die vis was binnen. Eigenlijk was ik al voldaan maar de vangst van deze vis smaakte naar meer en ik besloot toch verder te gaan met mijn tripje langs de dijk.
Het zal een kleine honderd meter verderop zijn geweest. Vlak langs de kant, waar ongeveer 80 centimeter water stond, stak een enorm staart uit het water. De beide staartlobben en een stuk van de staartwortel waren zichtbaar! Dit was een kneiter, een kanjer, een monster, noem het hoe je wilt, maar op dat moment zeker groter dan de grootste karper die ik ooit gevangen had. Naast de staart was een groot bellenplakkaat zichtbaar. Voorzichtig sloop ik dichterbij.

Helaas struikelde ik haast doordat mijn schepnet aan mijn fiets ( die wonder boven wonder bleef staan) bleef hangen. Verdomme! Een flinke welling was zichtbaar op de plek waar net nog de staart te zien was. Was de vis weg? Ik bleef 5 minuten zitten om te kijken of de vis zich weer zou tonen. Dit bleek inderdaad het geval, zij het een meter of 3 verder. Weer vlak voor de kant. Op de plek waar ik nu stond voerde ik een klein beetje maïs, redelijk geconcentreerd op 1 plekje langs een stengel. Daarna gooide ik een paar losse korreltjes, slechts 2 of 3 tegelijkertijd richting de vis om zo een spoortje te creëren wat de vis weer terug voor mijn voeten moest krijgen. Het was alsof de karper het had begrepen.

Langzaam maar zeker zag ik de stofwolken, bellen en wellinkjes weer mijn kant op komen. Ik nam nog wat meer afstand, probeerde ervoor te zorgen dat mijn hengel niet boven het water uitstak en de vis mij niet kon zien. Voorzichtig plaatste ik het pennetje pal naast de rietstengel waar ik eerder wat korrels had gestrooid en ging op mijn achterste in het natte gras zitten. Seconden leken minuten en minuten leken uren te duren. Na wat in werkelijkheid enkele kleine 15 minuten geduurd zal hebben, was de vis weer op de plek waar ik de staart het eerst zag. Hij moest nu wel pal op mijn aas liggen. Een paar tellen later begon het pauwenpennetje te trillen. Ik wist nog niet zeker of de karper nu daadwerkelijk mijn aas had opgepakt of dat hij boven op mijn lijn lag. Toen zakte het pennetje iets en liep langzaam schuin weg. Dus toch! Met een ferme haal sloeg ik vast…..helaas in een rietstengel. De karper liet er geen misverstanden over bestaan. Met een flinke boeggolf vertrok hij richting de horizon.

Kans gemist. Ik had er dubbele gevoelens bij. Aan de ene kant baalde ik van de zojuist gemiste kans maar aan de andere kant had ik mijn vis eigenlijk al gevangen. Ik kon hier nog zo vaak terugkomen als ik wilde en zou dit ook zeker gaan doen. Nadat ik op deze conclusie gekomen was vertrok ik tevreden richting huis. Daar moest het verhaal natuurlijk weer uit de doeken gedaan worden. Of ik wat had gevangen hoefde ik niet te zeggen, mijn moeder rook al de geur van succes aan mijn kleding.



 

Comments:

Secured by Siteground Web Hosting